UDEL21 tools Erasmus+
TOOL 051   |   Groepsfeedback over nieuw onderwerp
diversiteitsveld
Language
groepsgrootte
Class
overzicht

Aan de hand van de antwoorden van de leerlingen op de vragenlijst over een nieuw educatief onderwerp, krijgt de

leraar onmiddellijk zicht over het begripsniveau van de student.

tijd
15 min
materiaal

Begripsverhoging in geselecteerd gebied van kennis en vaardigheden.
Kinderen reflecteren over het begripsniveau over een nieuw wetenschappelijk onderwerp.

doelen

Vragenlijst, flashkaarten, bord, interactief bord, projector,…

procedure
  1. Voor een nieuw onderwerp voorgesteld wordt in een les (vooral bij wetenschappen en aanverwante onderwerpen) verdeelt de
    leerkracht de inhoud van de informatie in kleine logische onderwerpen, en bereidt de leerkracht multiple-choice vragen voor met 2-4
    antwoorden. Elk antwoord wordt aangeduid met verschillende nummers / letters, en enkel 1 antwoord is juist. (Niet) waar vragen
    kunnen ook opgenomen worden.
    2. Iedere leerling ontvangt flashkaarten met letters of nummers die de antwoorden vertegenwoordigen. Na het eindigen van de
    presentatie of activiteit over de informatieronde, visualiseert de leerkracht de vraag en antwoordmogelijkheden (incl. het juiste
    antwoord) op het bord / projector, en leest deze voor aan de leerlingen. De leerlingen krijgen (kort) tijd om het juiste antwoord te
    kiezen zonder de kaarten aan te raken. De leerkracht telt tot 3 en alle leerlingen tonen gelijktijdig (zodat ze hun antwoord niet kunnen
    aanpassen aan wat ze bij de anderen zien) de kaart met het teken die het juiste antwoord aangeeft.
    3. De leerkracht kan op deze manier duidelijk zien op welk niveau de leerlingen hebben van een bepaald onderwerp. Als er veel
    leerlingen het foute antwoord hebben gekozen, weet de leerkracht dat hij aan dit onderwerp meer tijd en inspanning moet besteden.
    Leerkrachten kunnen stellingen kiezen, die waar of vals zijn. Wie denkt dat de stelling juist is moet links in de klas gaan staan en wie denkt
    dat het vals is moeten ze rechts in de klas gaan staan. Als er leerlingen op beide kanten staan, kan de leerkracht aan 2 leerlingen van elke
    groep vragen om hun mening uit te leggen. Beweging gebruiken voor de activiteit is nuttig voor leerlingen met ADHD.
    Alternatief: de leerlingen blijven zitten maar steken hun hand in de lucht als ze denken dat de stelling correct is (met de ogen dicht, zodat
    ze niet naar de anderen kunnen kijken).

    De activiteit is nuttig in klassen met veel leerlingen die een verschillende taal spreken, voor complexe onderwerpen om zo informatie te
    integreren.
    Bron: Babington Community College, UK

aanpassingen/commentaar
succesfactoren valkuilen